Hoe je corpus callosum zorgt dat je brein in evenwicht is

Het corpus callosum is een structuur in de hersenen die de twee grote hersenhelften (de linker en de rechter) met elkaar verbindt en zorgt dat ze informatie kunnen uitwisselen.  Je kunt deze verbinding activeren door tegelijk een functie van de ene helft en van de andere helft verbonden toe passen b.v. beeld en rekenen.

Als je denkt aan het woord ‘paard’ , zie je dan de letters van het woord staan of hoor je het woord zonder beeld, of zie je meteen een visualisatie van paarden in allerlei varianten? Woorddenkers hebben een primaire voorkeur voor het gebruik van de linkerhersenhelft. Beelddenkers hebben een primaire voorkeur voor de rechterhersenhelft.

De functies van de linkerhersenhelft worden gekenmerkt door opeenvolging en orde, terwijl de functies van de rechterhersenhelft holistisch en diffuus zijn. De linkerhersenhelft kan delen samen zetten in een georganiseerd geheel terwijl de rechterhersenhelft instinctief eerst het geheel ziet.

Om beide hersenhelften te leren gebruiken kan je oefeningen doen waarbij de dominant gebruikte hersenhelft al “bezet” is door bepaalde handelingen die verricht worden. Hierdoor wordt het hoofd zogezegd verplicht om de andere hersenhelft te gebruiken bij het oefenen van bijvoorbeeld de tafels.

Creatieve personen hebben de vaardigheid om de beide hersenhelften in evenwicht te brengen en om af te wisselen tussen beide. Een soortgelijke afwisseling is ook beschreven in studies van hoogbegaafde kinderen (West, 1991). Hoogbegaafde kinderen kúnnen ook op een logische manier gaan leren, maar dit is voor hen een vervelende klus. Leren doen ze het liefst in één geheel, intuïtief en in grote stappen. De meeste hebben dan ook een voorkeur voor het visueel-ruimtelijk denken.

Er zijn twee groepen binnen de hoogbegaafde visueel-ruimtelijke leerlingen te herkennen:

1. kinderen die uitblinken op visueel-ruimtelijk gebied (rechterhersenhelft) en hoog ontwikkeld zijn op sequentiële vaardigheden (linkerhersenhelft)

2. kinderen die uitblinken op visueel-ruimtelijk gebied (rechterhersenhelft, maar niet in het gebruik van hun sequentiële vaardigheden (linkerhersenhelft.)

De laatste groep van hoogbegaafde kinderen wordt meestal niet gezien op school en vormt een risicogroep voor onderpresteren. Zij hebben dikwijls  problemen met de typisch schoolse vakken zoals spelling, schrijven en rekenen, wat soms ook automatiseringsproblemen wordt genoemd, maar in wezen meestal een probleem is van verkeerde leerstijl. Heel af en toe wordt ze ook een label van dyslexie opgespeld, maar wordt het door het aanleren van een visuele methode om woordbeelden op te slaan meestal wel snel verholpen.

In ons huidig onderwijssysteem komt de auditief-sequentiële leerstijl voortdurend aan bod, maar er is behoefte aan een visueel-ruimtelijke lesmethode om ook deze groep van kinderen aan te spreken in hun manier van leren.

We hebben allemaal twee hersenhelften, dus waarom zouden we de instructie niet richten op beide helften zodat het merendeel van de kinderen van beide leerstijlen kan profiteren? Met een paar wijzigingen in de manier van lesgeven kan je ook de groep visueel-ruimtelijk lerenden bereiken. Het gebruik van overheadprojectors of recenter de digiborden; het geven van demonstraties om deze kinderen te leren door te zien; zelf-ontdekkend leren door ervaring; het gebruik van computers in de klas; vragen van toetsen niet alleen mondeling geven, maar ook schriftelijk aanbieden; werken met time-timers die de tijd visueel maken; eerst het overzicht aanbieden en dan pas terugkeren naar de afzonderlijke stapjes (top-down);… zijn enkele van de vele mogelijkheden die kunnen aangeboden worden in de klas.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *